Uit de nieuwsbrief December 2018: Indicator Ziekenhuisbreed Pijnmanagement

In 2016 heeft V&VN Pijnverpleegkundigen de opdracht gekregen van de IGJ (Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd) om de indicator Ziekenhuisbreed Pijnmanagement te ontwikkelen. Dit resulteerde in drie sub-indicatoren: Pijnmeting, Pijnregistratie en Pijnconsultatie die van 2018 t/m 2020 uitgevraagd worden. De werkgroep is in september jl. opnieuw van start gegaan om de indicator door te ontwikkelen ofwel om nieuwe indicatoren op te stellen voor 2021. Allereerst is de werkgroep uitgebreid met meer afgevaardigden van de FMS (Federatie Medisch Specialisten). Inmiddels zijn er twee bijeenkomsten geweest die tot pittige discussies leidden. Er is afgesproken om verschillende opties voor een nieuwe indicator voor te leggen aan de achterban. Zouden jullie de opties willen doorlezen en kiezen voor de optie die de voorkeur heeft? Alvast dank.

 

Nieuwe indicator

Het toedienen van pijnmedicatie mag nooit alléén gebaseerd zijn op een pijnscore of totaalscore van een observatieschaal omdat de samenhang tussen de pijnscore en de wens tot pijnmedicatie erg variabel is. Een gesprek met de patiënt of het gebruik maken van het oordeel van een collega of klinische blik is altijd nodig voordat er tot farmacologische pijnbehandeling wordt overgegaan. Naast een farmacologische interventie kan er gekozen worden voor een niet-farmacologische interventie, zoals warmte, koude, massage, andere houding, muziek, afleiding, e.d. Verder kan het voorkomen dat de patiënt ondanks een pijnscore ≥ 4 de pijn acceptabel vindt. De patiënt moet daarbij geen belemmeringen ondervinden bij doorademen, ophoesten en bewegen. De pijnbehandeling wordt dus gebaseerd op de pijnmeting, wel of niet acceptabele pijn en mate van functioneren op dat moment.

 

In- en exclusiecriteria:

Inclusie: Alle ziekenhuizen met klinische postoperatieve patiënten (kinderen en volwassenen).

Exclusie: Periode dat de patient op de Recovery ligt.

 

 - Optie 1 =

Teller: het aantal pijnscores van 4 of hoger wat door de patiënt als niet-acceptabel bevonden is en die binnen 2 uur gevolgd worden door een interventie (farmacologische of niet-farmacologische interventie) 

Noemer: het totaal aantal pijnscores van 4 of hoger wat door de patiënt als niet-acceptabel bevonden is.  

 - Optie 2 =

De gemiddelde tijd totdat de postoperatieve pijn door de patiënt beoordeeld wordt als acceptabel, gerekend vanaf iedere pijnscore die als niet-acceptabel bevonden is door de patiënt.  

- Optie 3 =

Teller: het aantal pijnscores van 4 of hoger wat door de patiënt als niet-acceptabel bevonden is en waarbij binnen 3 uur een hermeting gedaan is van de pijn 

Noemer: het totaal aantal pijnscores van 4 of hoger wat door de patiënt als niet-acceptabel bevonden is.

Samen werken aan betere pijnzorg: de ontwikkeling van de kwaliteitsindicator Ziekenhuisbreed pijnmanagement: van opdracht naar (eind)resultaat

Voor de basisset Medisch Specialistische Zorg kwaliteitsindicatoren is een indicatorset Ziekenhuisbreed pijnmanagement opgesteld.
Voor de ontwikkeling van een dergelijke discipline-overstijgende indicatorenset is een nauwe samenwerking nodig tussen verschillende afdelingen van artsen en verpleegkundigen, zoals ook in de dagelijkse zorg aan de patiënt gebruikelijk is.
Een goede voorbereiding en initiatieven om vroegtijdig met alle betrokkenen in contact te treden is noodzakelijk.
Ondanks verschillende prioriteiten in de zorg dient het gezamenlijke doel, te weten betere zorg voor patiënten, continue in het oog gehouden te worden.

 

Lees hier het volledige artikel over de totstandkoming van de indicator; de opdracht aan V&VN Pijnverpleegkundigen; de multidisciplinaire werkgroep, commmentaarronde en nog veel meer.